I Tjing Orakel English

I Tjing Orakel Gids De King Wen-volgorde: de paren zijn bekend, de sleutel niet

De King Wen-volgorde: de paren zijn bekend, de sleutel niet

De rangschikking van de 64 hexagrammen die vrijwel elke editie van de I Tjing sinds de Han-dynastie volgt, heet de King Wen-volgorde. De traditie schrijft haar toe aan koning Wen van Zhou (周文王 Zhōu Wénwáng). Hij zou haar hebben bedacht tijdens zijn gevangenschap bij Di Xin, de laatste Shang-koning. Dat is een traditionele toeschrijving, geen archeologisch vastgesteld feit, en de plaatsing in de 12e eeuw v.Chr. is eveneens legendarisch. De werkelijke ouderdom en de werkelijke auteur zijn onbekend. Dat is de sinologische stand.

Wat vaststaat is de vorm. De reeks is geen willekeurige lijst, en ze volgt ook geen eenvoudige telling. Ze bestaat uit 32 paren. Over die paren is in het Chinees al in de zevende eeuw een formule geslagen.

Tweeëndertig paren

Achtentwintig van de 32 paren zijn omkeringsparen: het tweede hexagram ontstaat door het eerste 180 graden op zijn kop te zetten. Acht hexagrammen blijven bij dat omdraaien identiek aan zichzelf. Voor die vier paren wordt in plaats daarvan elke lijn omgekeerd, yin wordt yang en omgekeerd, tot het tegendeel. Het gaat om de paren 1-2 (Qián/Kūn), 27-28 (Yí/Dàguò), 29-30 (Kǎn/Lí) en 61-62 (Zhōngfú/Xiǎoguò).

Volgens de Wikipedia-beschrijving van de King Wen-volgorde zijn vier paren tegelijk elkaars omkering en elkaars tegendeel: 11-12 (Tài/Pǐ), 17-18 (Suí/Gǔ), 53-54 (Jiàn/Guīmèi) en 63-64 (Jìjì/Wèijì). Uit de twee regels volgt, opnieuw volgens die beschrijving, dat het aantal lijnen dat binnen elk paar verschilt altijd even is: 2, 4 of 6, nooit 1, 3 of 5. Over de hele reeks, dus ook tussen de paren onderling, hebben 48 van de 64 overgangen (de stap van 64 terug naar 1 meegeteld) een even aantal lijnveranderingen en 16 een oneven aantal, grofweg 3 op 1. Veranderingen van precies vijf lijnen komen nergens voor.

Onze lezing: dat is geen bewijs van een verborgen telregel voor alle 64 posities; het volgt grotendeels uit de paarconstructie. Wie de 32 paren eenmaal ziet, ziet waarom de reeks niet willekeurig kan zijn. Wat daarmee nog niet is verklaard, is waarom paar drie na paar twee komt.

Kong Yingda en de Chinese lezing

De Tang-geleerde Kong Yingda (孔穎達, 574-648) gaf in zijn officiële staatscommentaar 《周易正義》(Zhōuyì Zhèngyì) de klassieke formule: 「今驗六十四卦,二二相耦,非覆即變」. Kijk je de 64 hexagrammen na, dan vormen ze steeds paren van twee; als het geen omkering is, dan is het een omzetting. Als voorbeelden van omkering (覆) noemt hij Zhūn/Méng (屯蒙), Xū/Sòng (需訟) en Shī/Bǐ (師比). Als voorbeelden van omzetting (變): Qián/Kūn (乾坤), Kǎn/Lí (坎離), Dàguò/Yí (大過頤) en Zhōngfú/Xiǎoguò (中孚小過).

Die formule is de paarregel in één zin. Onze lezing: de regel van 28 omkeringen plus 4 tegendelen is geen moderne vondst. Ze staat al in een Tang-commentaar.

《周易研究》(Zhōuyì Yánjiū), het enige gespecialiseerde academische tijdschrift over Yi-studies op het Chinese vasteland, werd in 1988 opgericht door Liu Dajun (劉大鈞) aan Shandong-universiteit. Het publiceert regelmatig over vraagstukken van de hexagramvolgorde (卦序 guàxù).

Li Shangxin (李尚信), hoogleraar en vaste vicedirecteur van het Centrum voor Yi-studies en Klassieke Chinese Filosofie van Shandong-universiteit en voorzitter van de Chinese Zhouyi-vereniging, publiceerde in 2002 in dat tijdschrift (nr. 6, totaal nr. 56) het artikel 《序卦》卦序中的「參伍」「錯綜」思想 ("Het denken in 'drie-en-vijf' en 'kruislings verstrengeld' in de hexagramvolgorde van de Xugua"). Hij analyseert de volgorde als het resultaat van welbepaalde getalsmatig-symbolische (象數) principes. In zijn boek 《卦序與解卦理路》(Guàxù yǔ Jiěguà Lǐlù, "De hexagramvolgorde en de logica van hexagraminterpretatie", uitgeverij Bāshǔ Shūshè, januari 2008) werkt hij een "juiste-positie-theorie" (當位說) uit: de pariteit, even of oneven, van de plaats van een hexagram in de volgorde zou corresponderen met of het hexagram als overwegend yin-type of yang-type geldt. Volgens Li brengt de volgorde een balans tussen evenwicht (平衡) en onderlinge aanvulling (互補) van yin en yang tot uitdrukking.

Dat is een Chinese poging tot sleutel, in de taal van de xiangshu, niet van de combinatoriek. Ook zij geldt niet als erkende sleutel: de gangbare positie blijft dat de logica onbekend is. Leg je haar naast de westerse voorstellen hieronder, dan valt op dat beide tradities getal en positie zoeken, en dat geen van beide de exacte 64-reeks tot een algemeen erkend algoritme heeft herleid.

Het verhaal van de Xugua

De 序卦傳 Xùguà Zhuàn, een van de Tien Vleugels, geeft een doorlopend filosofisch verhaal voor dezelfde reeks. Uit Hemel en Aarde, hexagram 1 Qián en 2 Kūn, ontstaan alle dingen; daaruit de aanvankelijke moeite (3, Zhūn); daaruit de jeugdige onwetendheid die geduld vraagt (4, Méng); en zo verder tot de reeks eindigt in "nog niet volbracht" (64, Wèijì).

Volgens een samenvatting van het artikel Structural elements in the Zhou Yijing hexagram sequence bevat de Xugua geen enkele verwijzing naar de onderliggende vormregel van 28 omkeringen plus 4 tegendelen. Haar verklaring loopt langs de inhoud van de hexagrammen, niet langs hun vorm. Dat versterkt het karakter van een achteraf bedachte rationalisatie.

Dat wijst erop, denken wij, dat de volgorde eerst als vorm bestond en pas later een doorlopend betekenisverhaal kreeg. De Xugua verklaart waarom Zhūn op Kūn volgt als morele plot, niet als omkering. Kong Yingda verklaart de paren als vorm, niet als plot. Twee registers, één reeks. Geen van beide zegt waarom juist die 32 paren in die volgorde staan.

Shao Yong, Mawangdui en de Shanghai-strips

De zogenaamde Fuxi- of Xiantian-volgorde (先天圖 Xiāntiān Tú) wordt toegeschreven aan de Song-geleerde Shao Yong (邵雍, 1011-1077). Zij ordent de 64 hexagrammen strikt volgens een binair telpatroon. De King Wen-volgorde volgt geen eenvoudige numerieke regel. Wie de ene kent, kent de andere nog niet.

De zijden Yijing die in 1973 in graf 3 van Mawangdui werd gevonden, een graf dat in 168 v.Chr. werd gesloten, gebruikt een compleet andere volgorde. De 64 hexagrammen staan in een raster van acht groepen van acht. De acht zuivere trigrammen (Qián, Gèn, Kǎn, Zhèn, Kūn, Duì, Lí, Xùn) dienen elk als vast bovenste trigram van een groep; daaronder staan de trigrammen in een eigen, afwijkende volgorde. Volgens beschrijvingen van deze vondst lijkt die indeling sterk op het latere Acht Paleizen-systeem (八宮 bāgōng) dat aan de Han-geleerde Jing Fang (京房, 78-37 v.Chr.) wordt toegeschreven.

Welke van de twee ouder of fundamenteler is, de King Wen-volgorde of de acht groepen van acht, is omstreden. Chinese bronnen laten beide lezingen naast elkaar bestaan, zonder consensus.

Een hard stuk bewijs ligt bij de bamboestrips. Sun Peiyang (孫沛陽), verbonden aan het Centrum voor Onderzoek naar Opgegraven Teksten en Paleografie van Fudan-universiteit (復旦大學出土文獻與古文字研究中心), reconstrueerde in 2007-2010 via experimentele-archeologische analyse van de verweerde, losse Chu-bamboestrips van de Yijing in de Shanghai Museum-collectie, laat-Strijdende-Staten, hun oorspronkelijke volgorde. Zijn conclusie: die volgorde komt al overeen met de latere King Wen-volgorde, inclusief dezelfde knip tussen boven- en onderklassieker tussen hexagram 30 (Lí) en 31 (Xián). Dat is het vroegste directe bewijs dat deze volgorde al vóór het einde van de Strijdende Staten vaststond.

Leg je dit naast Mawangdui, dan valt op dat de King Wen-reeks, als Sun gelijk heeft, al circuleerde vóór het einde van de Strijdende Staten, terwijl het Mawangdui-graf pas in 168 v.Chr. dichtging en Jing Fang nog een eeuw later leefde. Onze lezing: de acht-bij-acht-schikking is dan eerder een parallelle overlevering, verwant aan wat later Jing Fangs Acht Paleizen heet, dan de voorouder van King Wen. Dat blijft een lezing. De andere kant houdt een aparte, mogelijk oudere lijn open die toevallig alleen in Mawangdui bewaard is.

Sleutels die niet sluiten

De mythe dat er al een wiskundige sleutel tot de King Wen-volgorde is gevonden, circuleert in populaire en esoterische teksten. Geen van de voorstellen wordt door de sinologische vakgemeenschap als bewezen aanvaard. De gangbare positie is dat de logica achter de exacte King Wen-volgorde onbekend is. Die positie is in de afgelopen tien jaar niet verschoven.

Richard Kunst wees in zijn dissertatie aan de University of California, Berkeley, The Original Yijing: a text, phonetic transcription, and indexes, with sample glosses (1985), erop dat niet alleen hele hexagrammen maar ook specifieke lijnteksten in paren lijken te corresponderen, bijvoorbeeld lijn 43.4 met 44.3 en lijn 63.3 met 64.4. Dat zijn correspondenties van lijnteksten. Of Kunst daar een samenhangende sleutel uit afleidt, is uit de beschikbare secundaire bronnen niet vast te stellen.

Stephen E. McKenna en sinoloog Victor H. Mair (niet te verwarren met Terence McKenna) publiceerden in 1979 in Philosophy East and West (deel 29, nr. 4) een voorstel om de volgorde te herleiden tot een combinatie van een paarsgewijze pangtong-omwisseling gevolgd door de verandering van telkens één lijn. Richard S. Cook publiceerde in 2006 een boek van 660 pagina's, Classical Chinese Combinatorics: Derivation of the Book of Changes Hexagram Sequence, met een wiskundig-combinatorisch model. Geen van beide is als sleutel erkend.

Een onafhankelijke, niet-academische onderzoeker, Li Shouli (李守力), stelde in 2018 op een via Sohu gepubliceerde blogpost een maanfasenverklaring voor: de volgorde zou de cyclus nieuwe maan, wassend of wanend halfrond, volle maan (朔-弦-望-晦) volgen, gekoppeld aan het Xiantian-cirkeldiagram van Fuxi, met de paren Bō/Fù (剝復) en Guài/Gòu (夬姤) als knooppunten die 36 "paleizen" in drie groepen van twaalf verdelen. Dat is individuele speculatie, niet verschenen in vaktijdschriften, vergelijkbaar met westerse amateurpogingen. De gevestigde vakgemeenschap aanvaardt haar niet als mainstream.

In 2026 verscheen op arXiv een preprint van Augustin Chan, ingediend op 10 april en herzien op 25 juni, onder de titel Statistical Properties of the King Wen Sequence: An Anti-Habituation Structure That Does Not Improve Neural Network Training. Chan toetste de oude hexagramvolgorde als mogelijke inspiratie voor trainingsdata van neurale netwerken; het resultaat was geen verbetering. Daarnaast onderzocht hij met Monte Carlo-simulaties tegen 100.000 willekeurige orderingen of de King Wen-volgorde niet-toevallige eigenschappen vertoont. Volgens dat preprint zijn er vier statistisch significante patronen: een hogere overgangsafstand, een negatieve opeenvolgings-autocorrelatie, in balans gebrachte groepjes van vier, en een asymmetrie tussen overgangen binnen en tussen paren. De volgorde zou in het 98e tot 99e percentiel liggen ten opzichte van die willekeurige orderingen. Het stuk is niet peer-reviewed. Chan claimt geen verklarend mechanisme.

De tegenmythe, dat de volgorde gewoon willekeurig is en dat er geen patroon in zit, houdt dus ook niet. Er zit patroon in. Of die regelmatigheden het resultaat zijn van bewust ontwerp door de oude samenstellers, of van patroonherkenning door moderne onderzoekers in een reeks die toevallig zo ontstond, blijft omstreden. De studie zelf blijft voorzichtig. Sceptici wijzen op het precedent van Terence McKenna's Timewave Zero, waar een vergelijkbare aanvankelijke ontdekking achteraf op een niet te rechtvaardigen wiskundige stap bleek te berusten.

Leg je Kong Yingda's paarregel naast Chans simulaties, dan valt op dat een deel van de niet-toevalligheid al volgt uit de 32 paren alleen. Onze lezing: een reeks die 28 keer een omkering naast het origineel zet, zal alleen daardoor al van willekeurige lijsten afwijken, zonder dat iemand de plaats van elk paar heeft verklaard. Wat overblijft als raadsel is niet dat er paren zijn. Het is waarom paar 3-4 op 1-2 volgt, en niet een van de andere dertig. Daarvoor heeft niemand een erkende sleutel. Dat is de eerlijke stand: niemand weet het.

Bronnen

Het oude ritueel Werp de duizendbladstelen Stel je vraag en bouw je hexagram lijn voor lijn op, met de klassieke kansverdeling.

Verder lezen

Terug naar de gids