Hexagram 58
Het Blijmoedige
兌Duì
☱ Meer boven, ☱ Meer onder
Twee meren, onder en boven, staan met elkaar in verbinding: de vreugde van de een stroomt de ander binnen, en samen raken ze nooit leeg.
Het OordeelHet blijmoedige: gelukken. Volharding loont. Vreugde die op standvastigheid rust, opent alle harten: wat met een blij gemoed wordt gevraagd, wordt gedragen; wat met dwang wordt geëist, wordt ontdoken.
Het BeeldMeren die op elkaar rusten: het beeld van het blijmoedige. Zo verenigt de edele zich met zijn vrienden tot bespreking en oefening. Twee meren voeden elkaar en drogen daardoor niet op: zo verversen vrienden elkaars weten en vreugde. Samen leren is de duurzaamste vorm van plezier; kennis die gedeeld wordt, blijft stromen.
DuidingTwee meren grenzen aan elkaar: de vreugde, verdubbeld. Het verschijnt wanneer blijmoedigheid aan de orde is: als kracht die je kunt inzetten, als toon die een zware taak licht maakt, of als vraag: waar komt jouw vreugde eigenlijk vandaan? Het teken maakt een streng onderscheid: echte vreugde rust op innerlijke standvastigheid (zacht naar buiten, stevig van binnen) en is daarom aanstekelijk zonder leeg te zijn; valse vreugde is vermaak dat van buiten moet komen en steeds meer moet worden. De toepassing is dubbel. Naar anderen: wat je met vreugde brengt, wordt aangenomen; mensen dragen het zwaarste als de toon licht is. En voor jezelf: zoek de vrienden van het Beeld, met wie uitwisselen vanzelf gaat: samen bespreken en oefenen is de vreugde die nooit uitgeput raakt.
Plaats in de reeksHet volgt op 57, Het Zachtmoedige. Doordringen betekent ergens binnengaan, en na het binnenkomen verheugt men zich: daarom volgt nu het blijmoedige. Het vormt een paar met 57 · Het Zachtmoedige.
Kernhexagram
Het kernhexagram van Het Blijmoedige is 37 · Het Gezin: Het gezin: de basis van alles ligt in de eigen kring: heldere rollen, warmte én duidelijkheid, en een voorbeeld dat je woorden dekt. Het wordt gevormd uit de binnenste lijnen en toont de verborgen kern van de situatie.
De zes lijnen
Deze teksten horen bij veranderende lijnen in een lezing, van onder naar boven.
Negen aan het begin
Tevreden blijmoedigheid:
heil. De vreugde die nergens van afhangt: in zichzelf rustend, niets nodig, niets vragend. Dit is de laagste lijn en de zuiverste vorm: nog geen object, geen aanleiding, geen publiek: gewoon welgemoed zijn. Zulke tevredenheid is de enige die niemand je kan afnemen, want er is niets om af te nemen. Al het andere plezier heeft een leverancier; dit niet. Hier kunnen wonen is rijkdom zonder bezit en gastheerschap zonder huis.
Negen op de tweede plaatsheersende lijn
Oprechte blijmoedigheid:
heil; het berouw verdwijnt. Vreugde met een ruggengraat: je verkeert te midden van plat vermaak en doet niet mee, zonder zuur te worden. Oprechtheid is hier het filter: wat echt is aan plezier neem je aan, wat hol is laat je passeren, en je hoeft er geen punt van te maken. Wie zo zijn waarachtigheid vasthoudt, merkt dat het berouw verdwijnt: geen katers, geen scènes die je terug wilt nemen. Echtheid is op den duur aantrekkelijker dan meegaandheid; de goeden komen vanzelf naast je zitten.
Zes op de derde plaats
Komende blijmoedigheid:
onheil. De vreugde die van buiten moet komen: het volgende uitje, de volgende prikkel, het volgende scherm. Innerlijke leegte maakt je een klant van elke verstrooiing die langskomt, en de honger groeit met het voeren. Het onheil van deze lijn is niet het vermaak zelf maar de richting: naar binnen halen wat alleen van binnen kan komen. Als je merkt dat je steeds leger wordt van wat je consumeert, keer dan de beweging om: niet meer halen, maar zelf de bron worden. Vreugde is geen bezorgdienst.
Negen op de vierde plaats
Afgewogen blijmoedigheid is niet in vrede.
Na het afleggen van gebreken heeft men vreugde. Het wikken tussen genietingen: de hogere vreugde trekt, de lagere lokt, en het afwegen zelf vreet de rust op. Deze onvrede is een goed teken: ze bewijst dat je het verschil voelt. Maar ze eindigt pas door een keuze: leg af wat je schaadt, helemaal, en de rust keert terug mét de vreugde erbij. Half kiezen voor het goede is hetzelfde als blijven twijfelen; de helft die openblijft, blijft zuigen. Beslis, en de weegschaal mag de deur uit.
Negen op de vijfde plaatsheersende lijn
Oprechtheid jegens afbrokkelende invloeden is gevaarlijk.
De blinde vlek van de blijmoedige: goed van vertrouwen zijn jegens wat je afbreekt. Ontbindende invloeden komen zelden dreigend; ze komen gezellig, vleiend, als de vriend die je net iets te vaak meeneemt naar net iets te veel van alles. Vertrouwen schenken is een deugd; het schenken aan bederf is de gevaarlijkste vorm van gulheid. Wees je bewust van wat het werkelijk van je wil, juist wanneer het aardig doet: wat je langzaam sloopt, komt bijna altijd met een compliment binnen.
Zes bovenaan
Verleidende blijmoedigheid.
De vreugde die het roer overneemt: je wordt geleid door wat jou streelt, in plaats van dat jij de vreugde draagt. IJdelheid is hier de toegangspoort: wie zich laat vieren, laat zich sturen, en de vleier weet het. Deze lijn geeft geen oordeel mee (geen heil, geen onheil): de uitkomst hangt af van wat je nú doet. Vraag je bij alles wat je zo'n goed gevoel geeft af: voedt het mij, of stuurt het mij? Het antwoord bepaalt of de vreugde je vriend is of je leiband.