Hexagram 51
Het Opwindende
震Zhèn
☳ Donder boven, ☳ Donder onder
Tweemaal donder, onder en boven: nauwelijks is de eerste slag verklonken of de tweede volgt, en die voortrollende dreun schudt alles wakker wat ingeslapen was.
Het OordeelHet opwindende brengt gelukken. De schok komt: oe, oe! Lachende woorden: ha, ha! De schok verschrikt honderd mijl in het rond, en hij laat offerlepel en kelk niet vallen. De donder slaat in, en wie innerlijk recht staat, houdt vast wat heilig is; daarna komt het lachen terug.
Het BeeldAanhoudende donder: het beeld van het opwindende. Zo brengt de edele in vrees en beven zijn leven in orde en onderzoekt zichzelf. De schrik is een leermeester: wie door de donder wakker schrikt, kijkt na of zijn huis op orde is. Gebruik elke dreun als aanleiding tot onderzoek; dan wordt vrees eerbied, en eerbied kracht.
DuidingDe donder rolt dubbel: de schok, en meteen erachteraan de volgende. Het verschijnt bij plotselinge gebeurtenissen die de grond laten trillen: slecht nieuws, verlies, een wending die alles op scherp zet. De maat van dit teken is niet of je schrikt (iedereen schrikt) maar wat er overeind blijft: hij laat offerlepel en kelk niet vallen. Er is iets in een mens dat de dreun niet mag overnemen: het heilige, de kern, datgene waarvoor je leeft. Houd dát vast, laat de rest rammelen. Praktisch: geen grote beslissingen in de dreun zelf, routines vasthouden als reling, en elke schok gebruiken zoals het Beeld zegt: als aanleiding om het eigen leven na te lopen. Zo schrikken brengt je wijzer uit de storm, en de lachende woorden komen terug; dat is geen troost maar een belofte.
Plaats in de reeksOnder de hoeders van de heilige vaten staat de oudste zoon vooraan, en de donder is de oudste zoon. Daarom volgt op teken 50, De Spijspot, het opwindende. Het vormt een paar met 52 · Het Stilhouden.
Kernhexagram
Het kernhexagram van Het Opwindende is 39 · De Hindernis: De hindernis: ga niet koppig tegen de berg in; kies de begaanbare weg, zoek raad en vrienden, en keer de blik ook naar binnen. Het wordt gevormd uit de binnenste lijnen en toont de verborgen kern van de situatie.
De zes lijnen
Deze teksten horen bij veranderende lijnen in een lezing, van onder naar boven.
Negen aan het beginheersende lijn
De schok komt: oe, oe! Daarna lachende woorden: ha, ha! Heil. De volledige beweging in één lijn: eerst de dreun en de echte schrik, dan, doorstaan en wel, de opluchting en het lachen. De schok vooraan meemaken en er bewust doorheen gaan (niet ontkennen, niet vluchten) geeft een voordeel: de angst heeft zijn werk gedaan en went niet in. Neem de schrik serieus en neem daarna het lachen serieus; beide horen bij het gezond doorkomen. Wat je bewust doorstaat, hoef je niet te herhalen.
Zes op de tweede plaats
De schok komt met gevaar:
honderdduizendmaal verlies je je schatten en moet je klimmen op de negen heuvels. Jaag ze niet na; na zeven dagen krijg je ze terug. Als de schok je bezit bedreigt, is de volgorde van redden alles: eerst jezelf en de jouwen omhoog, de heuvels op, en de schatten laten liggen. Wat werkelijk van jou is, keert na de golf terug (zeven dagen: de volle cyclus); wat niet terugkeert, was blijkbaar te leen. Wie zich in de golf naar zijn spullen haast, verliest beide. Hoogte eerst, herstel later; die regel geldt voor vloedgolven en voor elke crisis.
Zes op de derde plaats
De schok komt en maakt radeloos; handelt men onder de indruk van de schok, dan blijft men vrij van onheil.
De dreun heeft je leeggeslagen: radeloosheid, het hoofd op zwart. En juist hier zit een uitweg die kalmte niet biedt: laat de schok je in beweging zetten. Angst is bruikbare energie zodra ze een richting krijgt; wie onder de indruk gaat hándelen (het ene noodzakelijke ding, dan het volgende), blijft vrij van het onheil dat verlamming had gebracht. Beweging is in deze lijn het medicijn tegen de radeloosheid zelf.
Negen op de vierde plaats
De schok blijft in de modder steken.
De dreun zonder loutering: de schok zakt weg in zompige grond en beweegt niets meer, geen doorbraak, geen les, alleen doffe zwaarte. Dit gebeurt wanneer een mens of een omgeving te week of te vol is om nog te reageren: de zoveelste waarschuwing glijdt erin en blijft steken. Zoek vaste grond: versimpel, ruim op, maak je leven hard genoeg om weer te kunnen trillen. Niet sterk geworden maar verdoofd is wie nergens meer van schrikt, en verdoving is de gevaarlijkste toestand van dit teken.
Zes op de vijfde plaats
De schok gaat heen en weer:
gevaar. Toch gaat niets verloren, maar er zijn dingen te doen. Schok na schok, uit wisselende richtingen: het houdt maar niet op, en het gevaar is echt. Toch is de balans van deze lijn nuchter: er gaat niets wezenlijks verloren, mits je in je midden blijft en intussen doet wat gedaan moet worden. Niet bevriezen tot het ophoudt (het houdt voorlopig niet op), maar te midden van de dreunen gewoon de dingen blijven doen. Bezig blijven biedt de storm geen aangrijpingspunt; drukte van de goede soort is hier een schuilplaats.
Zes bovenaan
De schok brengt verwoesting en verschrikt rondblikken:
heengaan brengt onheil. Heeft de schok het eigen lichaam nog niet getroffen maar wel de buren, dan is er geen blaam; de metgezellen hebben iets te bepraten. De schok raast om je heen maar heeft jou nog niet geraakt: iedereen rent, en de druk om mee te rennen is enorm. Blijf staan: wie beweegt terwijl de paniek regeert, beweegt op andermans angst. Stilstaan is geen niets doen: kijk wat de schok bij de buren aanricht en breng op tijd in veiligheid wat jou is toevertrouwd; dat is voorzorg. Dat je omgeving over je stilstand zal praten, is de prijs, en hij is laag. Niet elke storm is jouw storm; soms is de wijste bijdrage dat er íemand rustig blijft.