Hexagram 44
Het Tegemoetkomen
姤Gòu
☰ Hemel boven, ☴ Wind onder
Onder de wijde hemel steekt de wind op en dringt zacht in elke kier: het beeld van het kleine dat overal al binnen is voordat iemand het opmerkt.
Het OordeelHet tegemoetkomen: het meisje is machtig. Men moet zo'n meisje niet huwen. Wat zich klein en innemend aandient, draagt de kiem van heerschappij in zich: het gevaar van dit teken zit niet in wat het is, maar in wat het wordt zodra je het binnenlaat.
Het BeeldOnder de hemel de wind: het beeld van het tegemoetkomen. Zo handelt de vorst wanneer hij zijn bevelen verspreidt en naar de vier windstreken verkondigt. De wind komt overal en raakt alles aan: zo dringt het onaanzienlijke overal binnen, ten goede als bewuste boodschap, ten kwade als sluipende invloed. Wie zelf niet verkondigt, wordt beslopen.
DuidingEén zwakke lijn komt van onderen binnen in een sterk geheel: het onverwachte, verleidelijke kleine dat zich aandient en onschuldig lijkt. Het verschijnt bij de charmante uitzondering, het handige compromis, de kleine gewoonte, de innemende nieuwkomer met een agenda. Achterdocht tegen alles wat nieuw is, vraagt het teken niet: het gaat om het patroon, niet om de persoon. De kern van de waarschuwing is niet dat het kwaad groot is, maar dat het groeit: wat vandaag een gunst vraagt, eist volgend jaar het huis. Toets dus alles wat zich klein aandient op zijn groeirichting: waar wil dit heen, wat wordt dit als het sterker is? Nee zeggen kost op de eerste dag bijna niets en wordt elke dag duurder. En omgekeerd geldt hetzelfde: gebruik zelf de kracht van het kleine bewust, als de wind die overal komt met een heldere boodschap.
Plaats in de reeksNa 43, De Doorbraak, is de weg vrijgemaakt, en juist op een vrije weg komt je zeker iets tegemoet. Daarom volgt het tegemoetkomen. Het vormt een paar met 43 · De Doorbraak.
Kernhexagram
Het kernhexagram van Het Tegemoetkomen is 1 · Het Scheppende: Oerkracht die wil scheppen: alles slaagt voor wie volhardt in wat recht is, want succes is hier geen kwestie van geluk maar van duur. Het wordt gevormd uit de binnenste lijnen en toont de verborgen kern van de situatie.
De zes lijnen
Deze teksten horen bij veranderende lijnen in een lezing, van onder naar boven.
Zes aan het begin
Het moet worden vastgelegd aan een rem van brons:
volharding brengt heil. Laat men het lopen, dan ervaart men onheil: ook een mager varken heeft de aanleg om te razen. De eerste dag is alles: zet het binnendringende meteen vast, met een rem van brons, niet met een touwtje van goede voornemens. Het oogt nu zwak (een mager varken, zielig bijna), maar de aanleg om te razen zit er volledig in. Verslavingen, sluipende afspraken, kleine grensoverschrijdingen: allemaal mager op dag één. Op dag één remmen gaat licht; wacht je, dan rem je straks tegen een uitgegroeid beest.
Negen op de tweede plaatsheersende lijn
In de kuip is een vis:
geen blaam, maar niet bevorderlijk voor gasten. Het kwaad is binnen, maar het zit in de kuip: onder controle, onder jouw hoede. Houd het daar. Verspreid het niet, serveer het niet aan gasten, geef het geen podium en geen doorreis: een probleem dat ingedamd is, is half opgelost, en een probleem dat rondgaat, is verdubbeld. Dit is de lijn van het stille beheer: niet alles wat je onder je hoede hebt, hoeft de wereld in. Sommige vissen blijven in de kuip tot ze vanzelf niet meer spartelen.
Negen op de derde plaats
Aan de dijen geen huid, en het gaan valt zwaar.
Is men zich het gevaar bewust, dan begaat men geen grote fout. De verleiding heeft je al geraakt: het loopt moeizaam, de trek is voelbaar, de rust is weg. Je bent niet meer ongeschonden, maar je bent ook nog niet gevallen: wie in deze toestand het gevaar helder blijft zien, begaat geen grote fout. Je hoeft de aantrekkingskracht niet te ontkennen; je moet haar alleen niet het stuur geven. Gewond lopen is nog steeds lopen; houd de ogen open en de richting vast.
Negen op de vierde plaats
In de kuip is geen vis:
dat leidt tot onheil. De kuip is leeg: de gewone mensen, de kleine verbindingen, de dagelijkse loyaliteiten ben je kwijtgeraakt, door verwaarlozing of hooghartigheid. Dat lijkt lang onbelangrijk, tot de dag dat je ze nodig hebt en er niemand is. Laat je de mensen onder en om je heen verschralen, dan sta je alleen op het moment van de waarheid. Onderhoud je kuip: de groeten, de kleine attenties, het echte luisteren. Fundament is onzichtbaar tot het ontbreekt.
Negen op de vijfde plaatsheersende lijn
Een meloen omhuld met wilgenbladeren:
verborgen linies; dan valt het je toe uit de hemel. De meloen is hier het mindere zelf: zoet, bederfelijk en niet uit te roeien. De sterke gaat er niet tegen tekeer maar dekt het toe, zoals bladeren een vrucht beschutten: hij verdraagt het mindere in zijn kring en houdt intussen zijn eigen kracht verborgen, zonder vertoon en zonder preken. Zo, van binnen sterk en van buiten mild, houdt hij het kleine in toom zonder iets te forceren: op zijn tijd valt de uitkomst hem vanzelf toe, als een geschenk uit de hemel. Niet uitroeien maar temmen; niet pronken maar dragen.
Negen bovenaan
Hij komt tegemoet met zijn horens:
beschaming, geen blaam. Aan het einde van deze tijd staat iemand die de toenaderingen afweert met de horens: te oud, te wijs of te moe voor het spel van het innemende. De wereld noemt dat hooghartig, en het zij zo: geen blaam. Er zijn levensfasen waarin niet meer beschikbaar zijn voor elke charme, elk verzoek en elk netwerk gewoon het juiste antwoord is. Bewaak je je grenzen met de horens, dan mis je wat gezelligheid en behoud je jezelf; die ruil mag, en soms moet ze.